Column Africaserver

Groep met bogolandocent Goro

Groep met bogolandocent Goro

We schrijven elke week een column op Africaserver.nl. Link naar de wekelijkse column op de Africaserver

Column 4:

 Terugblik op Kunst in Bamako (31 maart 2010)

Na een intensieve en enerverende maand zijn wij terug in Nederland. Het aanleren van de bogolantechniek was een precies en bewerkelijk proces. We hebben ons allen hierin kunnen vinden, eigenheid weten te behouden en uit de collectieve bogolan is een mooie doek voortgekomen.

We hebben ook heel veel contact gemaakt met de jongens waar we mee samenwerkten en met diverse Malinese kunstenaars. We hebben alles gezien in Bamako en zijn afgereisd naar de stad Ségou, het beroemde pottenbakkersdorp Kalabougou is bezocht en we hebben over de mythen van (de natuurplek) Sibi gehoord, terwijl we daar in de natuur rondwandelden.

Diverse malen bezochten we markten en we onderhandelden volop. We hebben in brakke taxi’s gezeten die ons door het verstikkende verkeer toch op de plaats van bestemming wisten te brengen. De verwondering over de hoeveelheid mensen die in één sotrama passen is gebleven.

We zijn bewoners van onze buurt geworden, de bakker en de buren herkenden ons en maakten altijd even een praatje. We hebben gedanst op ons terras met de jongens op Westerse pop tot en met Malinese nummers.

We hebben diverse discussies gehad met de jongens over de rol van de vrouw, het drinken van alcohol en het benaderen van dames. In Mali roepen de jongens ‘psst, psst ‘op straat als ze een meisje leuk vinden. In Nederland wordt dat als hoogst irritant en respectloos ervaren. Uiteindelijk zijn er veel verschillen beter begrepen. Dit alles heeft ook tot veel hilariteit geleid. Humor is een goede bruggenbouwer.

De rol van een docent is In Mali geheel anders dan wij gewend zijn. In Mali is de docent de baas en discussiëren bestaat niet. De lessen die wij op de INA hebben gegeven waren dan ook totaal anders dan de Malinese studenten gewend zijn. Wij vonden het opmerkelijk dat er in onze ogen zo weinig ruimte was om te werken vanuit fantasie. Er zijn zeker vrije werken voortgekomen uit onze lessen, maar de overdracht zorgde wel voor menige frons en het duurde ook even voor ze aan de gang gingen. Een beetje vreemd, maar achteraf toch wel vernieuwend en leuk.

Wij hebben veel geleerd van hen en zij van ons. We zijn als een groep overeind gebleven en ook individueel. Onze talenkennis is verrijkt en de jongens kunnen een beetje Nederlands.

Kortom, het project is bijzonder geslaagd. Al deze ervaringen staan uitgebreider beschreven op onze website kunstnomade.com en in drie delen van The Amazed Column hier op de Africaserver.

We zijn destijds met een aantal vooraf gestelde verwachtingen, doelstellingen, leerdoelen en interculturele competenties op pad gegaan. Hieronder blikt elke studente afzonderlijk terug op haar bevindingen.

Annelou Neervoort

Voordat ik naar Mali vertrok heb ik mij als brave student maar ook als echte Westerling goed ingelezen. Wat zullen de grootste cultuurverschillen zijn, wat gaan we in Mali eten, hoe kom je van A naar B? Allerlei vragen die ik samen met de andere studentes en onze twee docenten van tevoren precies beantwoord wilde hebben.

En dan, dan sta je daar opeens, midden in Mali in de hoofdstad, smogstad, Bamako. En niets is zoals je verwachtte.. Voorbereid op het ergste stapte ik zo mijn Malinese leven binnen en alles viel mee. Een super huis, een heerlijke ontvangst en overal en altijd lachende gezichten en vrolijke kleuren. Voordat je het weet is het doodnormaal dat je buurvrouw 20 kilo bananen op haar hoofd draagt en dat de kinderen uit de buurt hals over kop naar je toe komen rennen om een hand te geven en ‘BONJOUR!! Toebaboe!!’ (blanke) te schreeuwen. Het wordt normaal om met 25 mensen in een busje te zitten dat in Nederland al 5 APK’s geleden niet meer door de keuring heen zou zijn gekomen. Mijn verwachtte cultuurshock bleef uit, dacht ik.

Pas nu, weer terug in Nederland gaan alle verschillen echt indruk op mij maken. Waarom kijkt iedereen hier zo nors en waarom zijn al onze kleren zo saai en grijs. Iedereen is op weg naar een volgende afspraak en als je ‘hallo’ zegt schrikken ze alleen. Een verklaring heb ik nog niet gevonden en die is er misschien wel niet.

Het enige wat mij nu te doen staat is de vrolijke Malinese vriendelijkheid in mijn hoofd en hart te onthouden en met kleine beetjes aan mijn Amsterdamse stadsgenoten over te dragen, kijken hoe lang ik het vol houd ‘hallo, goedendag, hoe gaat het?’ te blijven zeggen. En als het me hier toch wat te grijs wordt gewoon een enkeltje Mali boeken..

Anouska Gloudemans
Ik had verwacht om tijdens het project veel te leren over de omgang met mensen. Niet alleen hoe wij als groep zouden functioneren, maar ook het effect van de cultuurverschillen onderling. Uiteindelijk bleek dat we op sommige punten inderdaad een andere kijk hadden maar ook veel overeenkomsten.

We hebben een goede voorbereiding gehad, zodat de verwachtte cultuurshock hartstikke is meegevallen. De taal was af en toe wel een barrière, vooral bij het lesgeven op de Institut National des Arts moest je goed je les in het Frans voorbereiden. Maar je leert zo veel over je lessen aanpassen aan een andere doelgroep en je bent ook veel bezig met het plannen en samenwerken.

In Mali zijn de rolverdelingen tussen docent en student veel strenger en als je niet oppast passeer je snel iemand. Het is dus belangrijk dat je daar rekening mee houdt in de communicatie naar de ander toe.

Ik heb daar echt veel geleerd over hoe ik zelf in een hele andere omgeving functioneer. Binnen mijn praktijkwerk maar ook met het overbrengen van de theorie. Ik heb mijzelf laten inspireren door mooie stoffen en mensen en deze inspiratie kan ik inzetten voor mijn praktijkwerk.

Deze ervaring heeft mij verrijkt op alle vlakken, juist door veel verschillen te ervaren kan je steeds beter keuzes maken in hoe je zelf met je lessen omgaat. Zowel bij de theorie als in de praktijk.

Brigitte Fafieanie
Mali is een sociaal land. Ik heb mij er direct veilig en geaccepteerd gevoeld. We hebben een goed contact gehad met de jongens waar wij mee samenwerkten.

Ook met de vrienden van onze huisbaas die bijna dagelijks over de vloer kwamen en met de mensen in de buurt hebben we veel gesproken en vooral gelachen. De bezoeken aan de diverse kunstenaars waren echt geweldig. Ik heb veel geleerd door de gesprekken waarin hun visie, de verschillen en overeenkomsten in het beleven van het kunstenaarschap en de kunstwereld op zich duidelijk werd.
We hebben allemaal een passie voor kunst kijken en maken, maar de achterliggende gedachte maakt vaak het culturele verschil. De jongens van de INA werken veel met symbolen, hun cultuur staat daar bol van en zij koesteren deze.

Vooral dit en de naturalistische wijze waarop zij op school werken is verschillend dan die van mij. Ik laat mij veel meer leiden door een direct gevoel en zij uitten dit door de vertaling ervan in symboliek.
Uiteindelijk vertellen we allemaal een verhaal en dat is ook hetgeen mij in Mali het meest heeft geïnspireerd. Ik heb vooral gekeken en geluisterd naar de wijze waarop mensen met elkaar en ons communiceren, de handgebaren, de manier van grapjes maken.

Soms dacht ik even dat vrouwen ons met argusogen bekeken en dan maakte ik contact en kreeg ik bijna altijd een glimlach terug. Het bleek dus dat contact maken, hoe miniem ook, eventuele angst of andere gedachten wegneemt.

De mensen hebben mij begroet, uitgelachen en aangeraakt omdat ik blank ben en ik heb teruggelachen en ‘zwarte’ gezegd. Iets dat hier in Nederland niet zo geaccepteerd wordt.

De warmte, geuren, grote kleurrijke reclames op muren van Maggi en La Vache qui rit; de uitingen van verwantschap met Barack Obama en de rebel Che Chevara; de Niger die zo stil stroomt dat het watervlak altijd rimpelloos lijkt en waar je in een pirnasse zo fijn doorheen kunt varen. Dat is Mali in een notendop.

In Mali zijn heeft mij rust gegeven, doordat ik mij kon overgeven aan het feit dat de dag niet altijd liep zoals vooraf bedacht. Dit zorgde voor minder onrust, minder moeten en met die vrijheid enorm veel kunnen doen op een dag.

Naar Mali afreizen leek mij al een cadeautje en dat is het ook gebleken.

Laura Oerlemans

Een intensieve en intense reis. Veel gedaan, veel geleerd en veel verwonderd. De dingen die mij het meest zijn bijgebleven zijn enerzijds de cultuur en anderzijds de omgang met materiaal. Zo gastvrij, sociaal en betrokken, maar ook de ontspannenheid tegenover de intense beleving van muziek en elkaar. Uitgebreide ondervragingsrituelen van handjes schudden tot herhaaldelijk vragen hoe het met je gaat en of je lekker hebt geslapen. De tijd nemen voor elkaar.

Sowieso heeft tijd een heel ander betekenis dan bij ons, geen lineair begrip maar juist veranderlijk en haast bijna onmeetbaar. Geen strakke tijdsplanningen, integendeel, de dingen komen zoals ze ook weer gaan, je eigen invloed is nihil. Hoe ontzettend druk ik het mezelf kan maken om deadlines en veranderende afspraken, des te meer ontspannen ik in Mali omga met veranderlijke situaties. Het glijdt zo mijn schouders af. Met optimisme gaat men hier de toekomst tegemoet. Dit cultuurverschil verrast mij. Net zoals het mij heeft verwonderd hoe ontzettend respectvol men hier met materiaal omgaat. Uit meerdere kunstenaarsbezoeken en blikken op straat is gebleken: het materiaal wat de Malinese omgeving de bevolking biedt, wordt intensief gebruikt. Van het recycled plastic op de markt tot het gebruik van katoen en stof in het werk van kunstenaar Abdoulaye Konaté.

Het gebruik van natuurlijke pigmenten in de bogolans en zelfs in de eigen gemaakte hutjes langs de weg. Het materiaal uit de directe omgeving wordt gebruikt, maar het materiaal wordt niets aangedaan. Geen grove bewerkingen, afvlakkingen of verbloemingen. Het blijft intact en de kwaliteiten worden juist extra zichtbaar gemaakt. Dit in tegenstelling tot het Westen, waarin gemaakte esthetica de boventoon voert waardoor ieder gemaakt object een puntgave en kunstmatige uitstraling krijgt. Ruw, essentieel en levendig staan daarmee in groot contrast en dat maakt dat deze ervaringen en gewaarwordingen voor mij in de toekomst een grote inspiratiebron zullen zijn.

Malou Zuidema

– Ca va?
– Ca va bien
– Bien dormi?
– Oui bien dormi, comme un grand bébé!
– Pas fatigué?
– Pas fatigué
– En forme?
– Oui!

De blije begroetingen van de Malinese INA studenten. Iedere dag dat we ze tegenkwamen, welk tijdstip dan ook, werd iedereen uitgebreid begroet. Net zoals de buren en buurtkinderen in onze straat ons vrolijk begroetten. Deze vrolijkheid en vriendelijk blijft in mijn hoofd ronddwalen. Vooraf waren we gewaarschuwd dat de bogolanlessen erg traag zouden verlopen, de docent een dominante rol heeft en dat discussie niet mogelijk zou zijn. Met een open view ben ik het project gestart. Ik zou wel zien hoe het zou verlopen en er het beste van maken. En inderdaad: de bogolanlessen verliepen traag en zonder enige toelichting van een stappenplan zijn we aan de slag gegaan. Bij doorvraag bij mijn Malinese collega naar andere stappen of kleuren kreeg ik steevast het antwoord “dat is aan de docent te bepalen”. Zo werd steeds gezegd dat ik niet teveel moest doen want dan zou ik moe worden. Een resultaat van deze afwachtende houding is langer dan een middag niets doen en wachten tot alle materialen voor de kleur wit in het atelier waren. ‘Op’ is dus ook echt ‘op’ en nieuwe halen…”dat zou kunnen maar de docent…”. Al dit soort kleine verrassingen maken de bogolandoeken nu extra de moeite waard! En gezellig, dat is het dan ook!

We hebben niet alleen aan de bogolantechniek gewerkt, maar we zijn we ook op bezoek geweest bij veel Afrikaanse kunstenaars. Het is fascinerend hoeveel kunstenaars op zoek zijn naar een vorm waarin ze hun achtergrond en identiteit kunnen uiten. De ene kumstenaar met meer middelen dan de andere, maar ieder heeft een verhaal dat gebonden is aan sterke tradities.

Een ander onderdeel van het project is lesgeven. Omdat bekend was dat de studenten van INA weinig tot geen lesmateriaal hebben en er vooral vanuit het vertrouwde gewerkt wordt, wilden wij het roer omgooien. Het verscheuren van een eigen schilderij, modeltekenlessen van een halve minuut en tekenen naar de fantasie. Dat alles was moeilijk, maar de geschrokken reactie die ik verwachtte bleef achterwege. In plaats daarvan een veel meer afwachtende houding zonder blijk te geven van een mening. De studenten startten pas na een duidelijk ‘hebben jullie het begrepen’ en ‘jullie kunnen beginnen!’.

Al met al een geslaagde maand.

– A demain!

Michélle Ouwerkerk

Voor vertrek wist ik dat ik in een totaal andere omgeving terecht zou komen, een omgeving met een andere cultuur een ander klimaat en andere gewoonten. Doordat ik me zo bewust was van het feit dat ik in een totaal andere wereld zou stappen, denk ik achteraf dat dit ook de reden was waardoor ik me er zo vertrouwd voelde.

Het leven in Mali is totaal anders dan in Nederland. Iedereen leeft er samen en ondanks het feit dat je ‘anders’ bent, word je onmiddellijk opgenomen in die sfeer en sta je geen moment meer stil bij het feit dat alles er zo verschilt. Mali is een van de armste landen van de wereld maar toch heb ik daar in de afgelopen maand weinig van gemerkt. Geld is er geen groot issue, eerlijkheid en vertrouwen in de mens is belangrijker. Verder merk je wel hoe creatief mensen worden met spullen. Elk potje wordt gerecycled. Op deze manier zie je ook goed hoe dankbaar de mensen zijn met de dingen die ze wél hebben en die tevredenheid straalt overal van af.

Het was een ongelooflijke ervaring om zo intensief samen te kunnen werken met Malinese studenten. Niet alleen om het feit dat we op intensieve wijze het cultuurverschil hebben meegemaakt, maar door deze samenwerking en de bezoeken aan diverse kunstenaars hebben we een beeld kunnen krijgen van de hedendaagse kunstwereld in Bamako.

We hebben onze visies kunnen uitwisselen en het Malinese kunstonderwijs kunnen ervaren. Deze ervaring heeft mij niet alleen een beeld gegeven van het leven en het kunstonderwijs in Mali, maar heeft er ook voor gezorgd dat ik die aspecten in Nederland vanuit een heel andere oogpunt kan bekijken.

Column 3: Kunst in Bamako (1 maart 2010)

Deze week stond in het kader van lesgeven op de American International School of Bamako (AISB) en het afmaken van de bogolans. Op de AISB behandelden we in drie lessen de bogolantechniek. We hebben in tweetallen lesgegeven, bestaande uit twee Nederlandse studenten en twee Malinese studenten die in een roulerend systeem de 6th en 7th grade lesgaven. De Malinese jongens waren de experts in de bogolantechniek en wij docenten beeldende vorming in wording. Vanuit dat standpunt een optimale aanvulling op elkaar. Echter onze achtergronden en cultuur totaal verschillend. En daarin moest dan ook een midden gezocht worden bij het maken van de lessen. De Malinese visie is, vanuit ons standpunt gezien, nog vrij traditioneel en de leraar is een autoritair persoon die de weg voor iedere leerling exact uitstippeld. In de gegeven lessen is dit niet alleen zichtbaar in de manier waarop ze leerlingen laten tekenen, maar ook waar de nadruk op wordt gelegd tijdens de les. 

In onze bogolanles moesten de kinderen geinspireerd op de legende over de jager die de bogolan ontdekte een tekening maken. Deze moest vervolgens met modder op doek worden uitgewerkt. Vrije interpretatie en eigen inbreng vanuit de leerling vonden wij als Nederlanders belangrijk. Techniek was voor ons ondergeschikt, want in onze ogen was het vooral belangrijk dat de leerling kennismaakte met de bogolan. De nadruk werd echter door onze Malinese medeleraren op hele andere dingen gelegd. Tekentechniek bijvoorbeeld was een punt waar uitgebreid aandacht aan werd besteed. Leek de getekende boom van een leerling niet genoeg op een boom dan werd er letterlijk de boom voorgetekend die de leerling vervolgens weer letterlijk overtekende. De nadruk werd ook meer gelegd op de traditionele manier van bogolanschilderen gericht op tekens, symbolen en ideogrammen. Terwijl dit voor ons niet noodzakelijk was.

Terugkijkend op onze ervaringen met de samenwerking en de lessen hebben we eigenlijk (zelfs na overleg en afspraken) langs elkaar heen gewerkt. Met name de lesmethode en de nadruk binnen de les was verschillend van elkaar. Dit is ook niet verrassend, je kan niet je eigen cultuur en achtergrond ontkennen. En dit is juist ook een kracht geweest tijdens de lessen. Door elkaar de ruimte te geven en elkaars denk- en handelingswijze te accepteren en respecteren is er een situatie ontstaan waarin cultuurverschillen een grote aanvulling op elkaar zijn. En daarmee zijn er uiteindelijk lessen neergezet die heel dynamisch zijn geworden!

Dit in tegenstelling tot de bogolanworkshop die wij via de INA volgen. Hierin is minder ruimte voor samensmelting tussen visies op kunst en kunstonderwijs. In tegenstelling tot het Nederlandse kunstonderwijs waarin de docent bijna als coach fungeert en er discussie mogelijk is. Waarin docent en leerling gelijkwaardig zijn, moeten wij hier meestromen in de gang van zaken. Dit betekent volgzaam zijn, geen tegenspraak bieden en werken op het tempo waarin je wordt toegestaan te werken. Niet het individuele proces, maar het gezamenlijk tot je nemen van gegeven informatie die door de bogolandocent in stappen is verdeeld. En die je pas tot je krijgt wanneer heel de groep daar klaar voor is.

We zijn bijvoorbeeld de eerste dagen alleen bezig geweest met de zwarte modder aan te brengen op de doeken. En in plaats van iedere keer een doek af te werken met wit en kleur (wat in onze ogen logisch leek) werden gelijk alle verschillende schetsen uitgewerkt met zwart op doek. Vervolgens volgde het aanbrengen van het wit bij alle doeken en als laatst werden de kleuren toegevoegd. Iedere keer wachtend tot iedereen in de groep klaar was met het betreffende materiaal om daarna te starten in het nieuwe materiaal.

Opvallend om te zien is dat het maakproces niet wordt bepaald door de vorm en het proces wat daaraan verbonden is en wat het materiaalgebruik beinvloedt. Maar dat juist het bewerkingsproces van de materialen het maakproces beinvloedt. Ieder materiaal kent zijn eigen bereidingsprocedee en omdat deze in grote hoeveelheid wordt aangemaakt is het moment waarop je kan gaan werken bepaald door welk materiaal op dat moment is aangemaakt. Dit is ontzettend wennen voor onze westerse geesten. Die getrained zijn op een snellere productie en individuele keuzes.

In de laaste week volgt het lesgeven op de INA (Institut National des Arts) en een expositie van onze bogolans!

Column 2: Kunst in Bamako (22 feb. 2010)

Een drukke week vol prachtige ontmoetingen met kunstenaars, waarbij visies werden ondervraagd en gedeeld.

Tevens werd de AISB (American International School of Bamako), alsmede het Conservatoire (vervolg opleiding van de INA) bezocht.

De eerste kunstenaar die ons ontving was Souleymane Ouleguem en zijn zakelijk assistent. In een buitenwijk werden we hartelijk bij hem thuis ontvangen in een kleine huiskamer die tevens zijn atelier is. Aan de muur hingen diverse kunstwerken die hij uitgebreid met ons besprak. Opvallend was een groot doek waarop allerlei mensen die hij in zijn leven ontmoet had iets geschilderd hadden. Het weerspiegelt ontmoetingen, visies, culturele en sociale contexten die door deze samenkomsten geactiveerd worden. Souleymane doet veel onderzoek naar zijn etnische achtergrond. Hij is Dogon en vertaalt zijn bevindingen en ervaringen in zijn werk door een combinatie te maken met traditionele tekens en zijn eigen visie daarop. Het gevolg is een abstracte gevoelsuiting waarin zijn interesse voor zijn achtergrond wordt gecombineerd met een blik op de huidige samenleving. Bijvoorbeeld: een groot blauw doek waarin onderaan rotsblokken geschilderd zijn, noemde hij fundament. Daarnaast ook verwijzingen naar Dogon architectuur en rituele ceremonieën. Hij heeft een zeer open instelling en is op zoek naar tradities van zijn Dogon etniciteit. Het werk is makkelijk toegankelijk en het gesprek een heerlijke belevenis op zich.

in gesprek met Souleymane Ouleguem

Gesprek met kunstenaar Souleymane Ouleguem (wit shirt)

Werk van Souleymane Ouleguem

Werk van Souleymane Ouleguem

Op de AISB werden we goed ontvangen door de kunstdocente (Tama Walley) met een korte rondleiding en we wierpen een blik in het kunstklaslokaal waar nog een groepje kinderen aan het werk was. De AISB is behoorlijk modern (Westers) en van diverse gemakken voorzien (Airco!). Vervolgens hebben we de gang van zaken besproken voor deze week, waarin wij in groepen van vier personen gaan lesgeven (twee Malinesen met twee Nederlandse studenten).  Inmiddels hebben we een lesplan opgesteld en vandaag is de eerste les met veel succes van start gegaan.

Een ander hoogtepunt was een bezoek aan de vervolgopleiding van de INA, het Conservatoire, waar we ontvangen werden door de directeur en tevens grootste kunstenaar van Mali, Abdoulaye Konaté. Het gebouw heeft een hele moderne en fascinerende architectuur door het gebruik van metaal en hout. De opleiding bestaat nu zes jaar en er worden per studierichting 10 studenten per jaar toegelaten.

De visie is anders dan op de INA waar de nadruk meer ligt op traditie. Hier wordt aangegeven door Directeur Konaté, die zelf een behoorlijke westerse, beter gezegd wereldlijke visie heeft dat de studenten leskrijgen in alle technieken en theorievakken. Deze  kunst- en cultuurgeschiedenis en de ambachtelijke vakken dienen als basis van welke discipline dan ook. Als studenten vervolgens besluiten als autonoom kunstenaar te werken, dan kan dat. Dit betekent dat er ook meer geexperimenteerd kan worden. Hilarische bijkomstigheid was dat we in de nieuwe geluidsstudio een korte rap mochten opnemen. Vervolgens hebben we het hele gebouw van onder tot boven bekeken en uitgebreid gesproken met een aantal studenten die aan het schilderen waren. (studenten die vorig jaar aan ditzelfde Maliproject hadden deelgenomen!)

Conservatoire

Conservatoire (HBO Kunsten)

Het instituut is bekender buiten dan binnen Mali, maar de interesse voor deze vorm van scholing, haar visie en de daaruit voortkomende kunst begint zeker onder de jongeren steeds meer bekendheid en aanhang te krijgen, aldus de directeur. Afgelopen week hebben wij op diverse plekken al afgestudeerden van deze opleiding ontmoet en het blijkt dat ze bereisd zijn en een open houding hebben, waardoor de communicatie prettig verloopt. Het begrip tussen de landen en de wereld is groot, zo ontstaat er een gezonde nieuwsgierigheid en interessante gesprekken.

Het werd allemaal nog mooier en interessanter toen we bij het huis van de directeur van het Conservatoire, Abdoulaye Konaté, mochten langskomen en met hem als kunstenaar konden kennismaken. Hij liet in een grote kamer veel van zijn werk aan ons zien. Grote doeken katoen, vaak in series, waarop hij zijn visie op religie, politiek en maatschappij geeft. (Zijn inspiratie is de menselijke gemeenschap, de mensheid an sich en de sociale mondiale problematiek.)

Vanuit traditionele onderdelen van de Malinese cultuur toont hij een wereldlijke visie: Het conflict tussen Palestina en Israel, de genocide (o.a. Rwanda, Bosnië), de Europese immigratie problematiek, de verhouding tussen Amerika en Europa, zijn een aantal thema`s ter voorbeeld.

Hij zegt: Mensen lijden over de hele wereld hetzelfde.” en “Het gaat altijd om de sociale constructie en structuur van de mensheid” Een erg indringend kunstwerk is een serie over de genocide. Je wil je laatste woorden opschrijven en het lijkt op tekst maar het lukt niet meer, het lijken tekens, maar uiteindelijk staat er niets meer, het zijn de laatste woorden die je met je laatste bloed had willen schrijven.

Genocide Bosnia Angola Rwanda, Abdoulaye Konaté, 1996

Genocide Bosnia Angola Rwanda, Abdoulaye Konaté, 1996

Als methode maakt hij gebruik van de grondstof die in Mali veel te vinden is. Katoen combineert hij met traditionele technieken en nieuwe vormen. In eerste instantie werkt hij alles uit op de computer en dan worden de stoffen gekocht en de beelden samengesteld.

Tevens vindt hij dat kunst ook gewoon mooi mag zijn en toont hij een sterke esthetiek in zijn werk hetgeen tevens inhoudelijk een symbolieke waarde heeft. Hij heeft prachtige boeken en mappen waarin hij artikelen over zijn werk documenteert en welke we allemaal mochten inzien. Zijn hele persoonlijkheid en zijn werk is bijzonder intrigerend en we vinden het dan ook geweldig dat we dit hebben kunnen meemaken. Hij heeft overigens over de hele wereld geexposeerd, wonderlijk genoeg en helaas (nog) niet in Nederland.

Het volgende bezoek was aan het ‘Centre Soleil d`Afrique’. Een plek waar kunstenaars uit de gehele wereld samen kunnen komen, workshops en tentoonstellingen worden georganiseerd, computertechnieken aangeleerd worden en veel uitwisseling plaatsvindt. Vorig jaar bijvoorbeeld een project samen met de Rietveldacademie uit Amsterdam. Uitgangspunt was toen een Malinees spreekwoord, waar iedereen een eigen visie op heeft gegeven. “Ce que la barbe dit le jour, le pagne l`a decide la nuit.” Hetgeen de baard (de man) overdag zegt, heeft de pange (de vrouw), s`nachts al besloten.

Kunstenaar Hama Goro is de drijvende kracht achter Centre Soleil d’Afrique. Hij heeft gestudeerd aan de Rijksacademie te Amsterdam en het gesprek kwam al gauw op het grote verschil tussen Mali en Nederland en wat hem in eerste instantie het meest opviel. In Nederland werd hij opgehaald van het vliegveld; voorzien van wanten en een dikke jas, naar een appartement gebracht. Het atelier op de Rijksacademie werd hem toegewezen en toen ging de deur dicht en bleef hij alleen achter. In Mali is het juist erg normaal en belangrijk om ergens langzaam welkom geheten te worden waarbij er vele handen worden geschud en men veel tijd neemt voor sociale contacten. Na twee weken had hij er genoeg van en wilde terug naar Mali. Hij is echter gebleven en heeft aangegeven dat er meer interactie tussen de studenten moest plaatsvinden en er kwam nog een kunstenaar uit de Comoren, zo is er tenslotte nog een interessante periode aangebroken voor hem en de medestudenten. Er is veel op intercultureel gebied uitgewisseld. Iets dat hij nu in samenwerking voort heeft gezet in Mali.

Zaterdag zijn we tenslotte naar een artist in residence project geweest in het CCF (Centre Culturel Francais) te Bamako. Een animatie waar je het verhaal van `de vos Reinaerde van La Fontaine` in kon herkennen, werd in een erg goed vormgegeven nieuwe versie gebruikt om traditionele en moderne middelen samen te brengen. Een multidisciplinair project met drie muzikanten, een zanger, zangeres en animatie. Naderhand hebben we met de zanger en animator kennisgemaakt en kwamen we ook nog enkele oude bekenden tegen, zoals de zakelijk assistent van Souleymane Ouleguem. Kortom een aardige intercultureel gebeuren.

Deze volle week vol met geweldige ontmoetingen heeft ons aan het denken gezet over de kunstwereld en de kennis die wij al dan niet hebben van niet westerse kunst. Enerzijds over de gelaagheid, historische achtergrond, afkomst van mensen en familiegeschiedenissen die kunstenaars en studenten hier in hun werk brengen. Onderzoek naar betekenis is erg mooi en inspirerend om te zien. Daartegenover traditie, studenten die hun meester volgen, niet in discussie gaan, geeft nog veel stof tot nadenken. Volgende week gaan wij zelf lesgeven op de INA, iets waar we erg naar uitzien. We hebben een opdracht c.q. lessenserie bedacht die ongetwijfeld veel zal afwijken van hetgeen de INA studenten gewend zijn. We zijn nieuwsgierig naar wat er gaat gebeuren. Met gezonde wederzijdse verbazing komt het vast goed.

Tot zover vanuit Bamako, door Brigitte Fafieanie

Column 1: Kunst in Bamako (15 feb. 2010)

Een maand Bogolan

Een samenwerking tussen de docenten opleidingen Beeldende Vorming van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en Fontys Hogeschool voor de Kunsten Tilburg.

Onder leiding van twee docenten kunstgeschiedenis, Ans Hom en Rosalie van Deursen, is er een intercultureel uitwisselingsproject opgezet naar Mali. Zes studenten studeren een maand aan L`Institut National des Arts, om de bogolantechniek eigen te maken. Schilderen met modder op doek!
Daarnaast wordt les gegeven op INA en de AISB (Amercan International School of Bamako) en ontmoetingen met Malinese kunstenaars. Dit alles in samenwerking met zeven vierdejaars studenten van INA.

INA Institut national des Arts

INA Institut national des Arts

In de hoofdstad Bamako leren wij de ins en outs van de Malinese Bogolantechniek. Dit is een traditionele techniek waarbij katoenen doeken worden gekleurd met natuurlijke verfstoffen en met een mengeling van modder, blaadjes en takjes worden beschilderd. De belangrijkste doelen van deze interculturele uitwisseling zijn het leren kennen van elkaars culturen en achtergronden en deze betrekken op hedendaagse kunst. Inherent aan de Bogolantechniek is samenwerken aan een werk, want daar staat de Bogolantechniek om bekend. Stage is ook onderdeel. Dit is het tweede jaar dat dit project plaatsvindt.

De eerste week zit er inmiddels op en deze stond in het teken van veel ontmoetingen en uiteindelijk het maken van onze eerste bogolandoeken. De eerste dag aan INA startte met een hartelijk welkom door Madame la directrice en Monsieur Goro, onze bogolanleraar. Blij met onze komst en ontroerd door ons kado – een rolstoel –  werden wij meteen voorgesteld aan andere belangrijke personen van INA. Er zou zelfs een ceremonie georganiseerd worden!

Natuurlijk stonden de Malinese studenten ons ook al op te wachten. In de expositieruimte van INA werden wij aan elkaar voorgesteld en nogmaals benadrukt dat iedereen blij is met onze komst. Diezelfde middag organiseerde Musee National du Mali een documentaire over Bogolan in Segou. Dit was een mooi moment voor ons en de Malinese studenten om elkaar in een meer informele setting te leren kennen.

De dagen erna werden we verrast doordat de INA bus voor ons ter beschikking werd gesteld om zo rondgeleid te worden naar belangrijke plaatsen en ontmoetingen. Na een belangrijk begroeting met direction nationale l‘action culturelle, onderdeel van ministere de la culture, mochten we de dependence van INA bekijken waar onder andere onderwezen wordt in leer-, hout-, en ijzerbewerking, maar ook in textiel en design. Vervolgens een blik werpen op een nog te openen commercieel centrum voor de Bogolan en ten slotte werden onze schooluniformen aangemeten en namen we alvast een kijkje bij het atelier van Monsieur Goro.

voorstellen bij afdeling van ministerie van cultuur

voorstellen bij afdeling van ministerie van cultuur

Na al deze bijzondere ontmoetingen konden we starten met de bogolantechniek. Deze werd ingeleid door monsieur Goro, lid van de vernieuwende groep bogolankunstenaars Kasobane. Hij dicteerde de geschiedenis van Mali en de Bogolan en daarna was voor ons de mogelijkheid vragen te stellen. De dag erna konden we aan de slag met het maken N’Galama verf en modder. Plotseling werden we weer verrast door de INA bus, er was een officiele ceremonie georganiseerd met muziek dans en speeches om ons welkom te heten en te bedanken voor het kado.

De samenwerking verloopt nogal anders dan het kunstonderwijs in Nederland. En dit is juist erg interessant. Want waar docenten in Nederland hameren op een constante productie van tekeningen, schetsen en ideeen, verloopt de bogolantechniek stapsgewijs. Ben je klaar met de eerste schilderlaag dan wacht je tot de anderen ook zo ver zijn en dan pas kan je verder gaan. Waar in Nederland een opdracht of techniek in zijn geheel uitgelegd zou worden, weten wij nu nog steeds niet wanneer we de overige kleuren in onze bogolans mogen en kunnen verwerken.
Natuurlijk hebben we ‘de jongens’ bij ons thuis uitgenodigd voor een diner om elkaar zo beter te leren kennen. We hebben vanuit Nederland verschillende kunstboeken meegenomen. Iedereen zat met z’n neus in de boeken waardoor er interessante discussies ontstonden. Een voorbeeld over Rubens naakten: “C’est art pour le fou!” Genoeg stof om de komende weken over te praten dus!

'bogolannen'

'bogolannen'

We zijn nog maar kort in Mali en toch heeft Rosalie ons nu al vele kanten van de Malinese cultuur laten zien. Zo zijn we afgelopen weekend naar het historische plaatsje Segou geweest. Daar bezochten we N’Domo, een commercieel atelier waar toeristen kennismaken met de Bogolantechniek en voor een eerlijke prijs bogolansouvenirs kunnen kopen. Naast een boottocht over de Niger en een bezoek aan een traditioneel pottenbakkersdorpje was het bezoek aan de Franse kunstenaar en verzamelaar Michel Fleury misschien nog wel het meest interessant. Zijn tropische tuin staat vol met hedendaagse Afrikaanse kunst en in zijn kleine tentoonstellingruimtes exposeert hij Afrikaanse en Westerse fetiches. Hier was sprake van interculturaliteit in de kunst: Louis Vuiton. Het logo van Louis Vuiton was gedecoreerd met gris gris (kleine amuletjes) zoals bij traditionele jagerskostuums.

'Fetich', Michel Fleury, Segou

'Fetich', Michel Fleury, Segou

Kortom, er is veel te beleven op het gebied van interculturaliteit en kunst. Volgende week meer verhalen over onze integratie in de Malinese cultuur en foto’s van onze eerste werken!